|
Bij de zoektocht naar de oorzaak van de liesblessure valt ons een belangrijk fenomeen op. De spieren aan de binnenzijde van het bovenbeen zijn zeer gespannen (continu) en
voelen gezwollen aan. Het gehele bovenbeen is harder als het andere niet-aangedane bovenbeen. Het lijkt alsof het been opgeblazen is. Masseren helpt zelden of onvoldoende; de spanning blijft of komt snel terug. Waarom is het been gespannen? De n. obturatorius is
de zenuw die de spieren aan de binnenzijde van het been aanzet tot spanning. Nu blijkt dat deze zenuw ook aftakkingen heeft naar het heupgewricht en het kapsel daarvan. Als we de ligging van deze zenuw bekijken dan zien we dat
deze in de fascie loopt van de m.iliopsoas.(de fascie moet je zien als een dun vlies wat een spier of een orgaan omgeeft: fascie kom je in het gehele lichaam tegen en zijn allen direct of indirect met elkaar in verbinding). De
zenuw loopt dus vanaf de rug (L2-L4) achter en tegen de m. iliopsoas. Er moet naar onze mening iets zijn dat de n. obturatorius continu prikkelt zodat de spanning van het bovenbeen verhoogd blijft. Nadere studie wijst uit
dat de positie van de heupkop in de heupkom bij een liesblessure anders is als bij het niet aangedane been. Het is maar een klein verschil maar wel zeer belangrijk. Daarnaast zien we dat deze positie in stand gehouden wordt door de iliopsoas. Verder is het belangrijk om te weten dat de fascie van de m. iliopsoas overgaat in de fascia van de bovenbeenspieren en dus een belangrijke invloed op deze spieren uitoefent. (zie fasciale relatie) Bij een liesblessure zien we ook altijd een verkorte m. iliopsoas.
Het ontstaansmechanisme: Een verhoogd spanning van de verkorte m. iliopsoas --- leidt tot --- positieverandering van heupkop in heupkom (bekkenstand verandering) ---
leiden samen tot --- irritatie van n.obturatorius --- leidt tot --- verhoogde spanning spieren binnenzijde bovenbeen --- leidt tot --- ischemische toestand van betreffende spieren --- leidt uiteindelijk tot
--- ontstekingsverschijnselen. Dit alles komt terecht in een viscieuze cirkel waarbij het ene fenomeen het andere versterkt en in stand houdt.
|